De ezel

Een ezel heeft hoeven, net als een paard. En de ezel is natuurlijk een paardachtige. Maar een ezel is geen paard! Een ezel hinnikt bijvoorbeeld niet, maar balkt. Verder heeft een ezel geen staart zoals een paard, maar het bovenste gedeelte heeft geen lange haren. De meeste ezels zijn bruin of grijs en hebben een aalstreep op hun rug.

De verzorging van ezels
De verzorging van ezels is eenvoudig, als men zich maar aan een aantal spelregels houdt. Ezels zijn namelijk heel sober, ze kunnen letterlijk leven van niets. Dus niet te veel en niet te vet. De basis bestaat uit volop vers hooi en water (elke dag!). Daarnaast mogen ze best af en toe wat voederwortels en een “handje” (paarden) biks. Als het hooi afkomstig is van natuurland (onbemest) dan is het verstandig regelmatig mineralen en vitaminen bij te voeren. Ezels kun je beter niet in een te rijke weide houden. Ons Nederlandse groene gras is veel te rijk aan eiwit en suiker, ze vervetten dan gemakkelijk. Ezels zijn gemaakt om te werken, ze zijn hard en doen voor een lieve baas graag alles en zijn heel slim. Om ze te vermaken kunt u ze leren om voor een karretje te lopen of om ze kunstjes te leren. Anders gaan ze zich gemakkelijk vervelen. Een ezel is liever niet alleen. Een maatje kan een andere ezel zijn of een pony of geit. Ezels die niet regelmatig hun hoefjes slijten op een harde bodem, moeten elke twee maanden bekapt worden door een ervaren hoefsmid. Ezels mogen niet bekapt worden als een paard, maar horen zogenaamde “bokvoetjes” te hebben. De verzenen van de hoef blijven dan bijna net zo hoog als de toon. Vraag uw hoefsmid of hij ervaring heeft met ezels!